logo scholsfoundations

Projecten in Malawi, Bali & Vietnam

“Maar ik zie toch al dat ze er zijn? Waarom begint de les dan nog niet?”

Vers uit het vliegtuig vernam ik het ongeduld van onze studenten in Indonesië. In 2007 is ons project opgestart. Kinderen gaan maar één dagdeel naar school. In de middag komen ze naar het project genaamd Kubu K_Lima.

Er wordt computerles gegeven, huiswerkbegeleiding, Engels, Balinees dansen en er is ruimte voor sport en spel. Wanneer er vrijwilligers zijn vragen we hen een korte cursus of training aan te bieden. Bij voorkeur iets anders dan bovenstaand.

Ik doe dat ook. Sinds 2007 geef ik een aantal lessen die ik vooraf met onze projectleiders bespreek. Abut, mijn maatje en één van de projectleiders, was zo verheugd dat hij de kinderen al had verteld dat ik een aantal lessen had voorbereid. 

“Dus je gaat ze geld geven?”

Abut en ik zitten aan tafel en bespreken mijn les-plan. Hij kijkt wat zorgelijk. Vooraf heeft hij al aangegeven dat ik niets hoef voor te bereiden. Ik ben immers al drie jaar niet geweest en mag best wat herhalen; deze kinderen kennen mij nog niet. Ik kijk hem aan en biedt mijn excuses aan dat ik zo lang niet op het project ben geweest. Hij begint te lachen. Wat telt is dat ik er nu wel ben. We hebben elkaar gemist.

We bespreken onze zorgen over het dorp. Na een aantal vruchtbare jaren lijkt er nu weer een crisis in het vooruitzicht. Het toerisme neemt erg af. Ik geef aan dat ik de kinderen wil prikkelen in alternatieve banen en ondernemingen te denken. De groep die we de lessen gaan aanbieden zijn 14 en 15 jaar oud.

In de les krijgen de kinderen een envelope met een beetje geld. In ruil daarvoor vullen ze een formulier in met vragen over het besteden ervan. Sommigen sparen het op, anderen besteden het aan iets lekkers of aan beltegoed. Alle antwoorden zijn goed. In de les besteden we aandacht aan inkomsten en uitgaven. Samen met de groep verzin ik een verhaal over Putu. Zij bedenken hoe oud ze is en wat voor werk ze doet. Vervolgens gaan we Putu’s huishoudboekje maken. 

In les twee krijgen de kinderen in een groepje van drie een object. Een avocado, een stoel, een zaklamp, een sarong of een boek. Ze gaan een businessplan schrijven. In grote lijnen schrijft Abut op het bord wat er in het businessplan moet staan. Tijdens het schrijven lopen we rond en beantwoorden we vragen. De presentaties zijn prachtig. Er ontstaat een idee voor een avocado-farm met een juice-bar, een meubel uitleen-centrum, een exclusieve sarong-winkel. Kortom, ideeën te over.

In les drie gaan we nog een stapje verder. Abut kijkt me verheugd aan wanneer de groep binnen komt en ons begroet.

“Die gaan een week niet kunnen slapen,” zegt hij grappend.

De groep heeft er duidelijk zin in. Vol verwachting kijken ze me aan. Deze week gaan jullie je eigen bedrijf opstarten.

Stilte.

Jullie mogen een plan schrijven, je plan presenteren en dan krijgen jullie een lening om het te gaan uitvoeren. Over zeven dagen betaal je de lening terug.

Stilte.

Ik begrijp dat het niet is wat jullie gewend zijn. Abut en ik hebben alle vertrouwen dat het gaat lukken. Jullie hebben alles geoefend hier binnen deze muren. Tijd om in de echte wereld iets te gaan opstarten. Ter inspiratie geeft Abut de groep mee dat er over een paar dagen een grote feestdag aankomt. Het hele dorp zal dan inkopen gaan doen. Hier kunnen de kinderen op in spelen.

Paniek.

Er volgt een vloedgolf aan vragen. In het Balinees. Ik zie Abut lachen en antwoorden. Wanneer de paniek wat is gedaald gaat iedereen aan de slag. Tijdens het schrijven proberen ze Abut alvast te binden als klant. Of hij nu alvast wil beloven dat hij al zijn inkopen de komende week bij hen zal doen. Ik hoor dat Abut meerdere malen lachend bankroet zegt. Hij doelt op zichzelf.

In de middag presenteren de kinderen hun nieuwe bedrijf. Een groep meiden gaat fruit inkopen en bij lokale winkels neerleggen, de winkels krijgen een percentage van de opbrengst. Een andere groep gaat offers maken, hele bijzondere met speciale bloemen. De derde groep maakt waterijs. Ze gaan langs de deuren, langs scholen en bij ons op het project ijs verkopen. Wanneer de groepjes ook daadwerkelijk geld (omgerekend 3 euro) meekrijgen en een accountant (zelfde woord in NL en Indonesisch) aanwijzen keert het enthousiasme langzaam terug. Hoewel het woord stress (ook Indonesisch) regelmatig valt.

Abut en ik geven in twee weken samen drie groepen les die totaal zes bedrijfjes hebben opgestart.

Een week later neemt Abut alle leningen en rapportages in ontvangst. Vol trots doet hij verslag van de verhalen die de kinderen hebben opgeschreven.

De winst die ze hebben gemaakt mogen ze houden.